zaterdag 4 mei 2013

Opdracht 3 - Nieuwe media

Opdracht 2 - Nieuwe media: fotomontage + logo

Fotomontage:
Al de foto's zijn eigen werk.
 
Logo:

 

donderdag 18 april 2013

Opdracht 2 - Nieuwe media

Opdracht 2 - Nieuwe media: Maak je eigen logo!

 
Logo 1:
 
 
Logo 2:


Logo 3:

vrijdag 29 maart 2013

Opdracht1 - Nieuwe media


Opdracht 1 – Nieuwe media: Maak een logo!


Eerst ging er wat onderzoek aan vooraf en uiteindelijk besloten dat deze A het ging worden.




Maar enkel deze A was maar “saai”. Dus ben ik opzoek gegaan naar een meerwaarde, maar zonder te veel tierlantijntjes.

  



Een stuk krant/tijdschrift achter de letter spreekt me wel aan, maar de tekst die erachter zit heeft helemaal niets te maken met de A en dus irrelevant. Toch kan je de tekst van op de krant of het tijdschrift goed lezen, wat niet nodig is. Ook is mijn A niet hetzelfde als mijn A die ik gekozen heb, ze valt kleiner of groter en dikker uit, alsook is ze niet goed waarneembaar op het stuk krant/tijdschrift. Dus ben ik opzoek gegaan naar twee oplossingen.

  



De A werd gecalqueerd en het stuk krant/tijdschrift werd bewerkt met witte plakkaatverf. De A komt nu veel beter tot zijn recht op het papier. Maar het stuk krant/tijdschrift neemt te veel plaats in beslag en trekt dus veel aandacht. Dus verkleinen we het stuk en gaan opzoek naar een goede compositie.



Uiteindelijk werd dit het resultaat van mijn logo. Rustig, maar toch met en schwung en goed leesbaar.

zaterdag 1 december 2012

Blogopdracht 4


Lesinhoud:

1.       Hoe werkblaadjes in elkaar zitten.

2.       Wat de procesmap nu eigenlijk is en waarom deze zo interessant is in de les PO.

3.       Wat PO helemaal niet is!

4.       Dat de moeilijkheidsgraad van een PO les zoeken zit in het feit dat er geen handboeken voor bestaan. Maar dit zorgt er dan wel weer voor dat je heel creatief kan zijn en je eigen ding kan doen. Het is dus zowel een voor- als nadeel.

5.       Als je je stageperiode helemaal niet fijn vond en lastig, dan moet je je afvragen of je wel op de juiste plaats zit.

 

Werkblaadjes:

1.       Let op de lay-out van je werkblaadje. Hoe fijner en speelser het werkblaadje is, hoe leuker de leerlingen het werkblaadje gaan vinden en hoe beter ze het gaan gebruiken.

2.       Laat iedereen zijn naam onmiddellijk op het werkblaadje schrijven.

3.       Let op met afbeeldingen, werkblaadjes worden in het zwart – wit gekopieerd, als je een slecht kopieerapparaat hebt zit er heel weinig nuance in de grijswaren.

4.       Schrijf geen volledige tekst, maar schrijf in puntjes. Zeker wanneer je informatie geef over een kunstenaar, de kans dat de leerlingen een hele blok tekst gaan lezen is klein.

5.       Maak je werkblaadje niet te lang.

6.       Als je een procesmap hebt, zorg dat je werkblaadjes er goed in passen.

7.       Je houdt rekening met de moeilijkheidsgraad van de klas waaraan je les geeft.

8.       Laat de leerlingen het niet alleen invullen/oplossen. Maar doe het samen in de les.

9.       Schrijf de stappen erop, zodat je niet alles steeds moet herhalen.

10.   Gebruik het werkblaadje, laat het niet links liggen. Dus wanneer de leerlingen een vraag hebben die beantwoord kan worden aan de hand van het werkblaadje, zeg dan ook dat ze het moeten lezen in het werkblaadje.

Inschatting:

Er zijn veel dingen logisch, maar je denkt er niet altijd aan. Zoals de afbeeldingen die vaak niet goed gekopieerd zijn. Het is interessant om op papier te zien hoe een werkblaadje eruit moet zien, hierdoor kan je er rekening mee houden en het toepassen. Want sommige dingen leer je maar door te doen. Doordat het al eens op papier staat en aangehaald werd in de les weten we nu waar we rekening mee moeten houden en slaan we de stap “missen” over en kunnen we onmiddellijk gaan “proberen”.  

zaterdag 13 oktober 2012

Blogopdracht 3


Lesinhoud:
  1. Dat je een opdracht over verschillende lessen kan laten doorlopen, zodat er per les één of meerdere beeldaspecten aanbod komen. Maar nog niet alle beeldaspecten dat je voor ogen hebt.

  2. Voordat je aan een lesopdracht begint moet je eerst het affect hebben. Dit is zeer belangrijk! 

  3. Om het affect te bekomen dat je wilt bekomen, moeten de juiste beeldaspecten gekozen worden. 

  4. Het affect moet er al vanaf het begin in zitten. Daarom doen we een sfeerschepping. Ook moet dit affect goed afgebakend zijn.

  5. Er mogen beelden gebruikt worden om het affect weer te geven, maar natuurlijk moet je ze ook kunnen benoemen. 
Het beeldmodel - lesopdracht

O: Dat het te maken heeft met de leefwereld van de leerlingen.
A: Dat het affect van de eerste keer aanwezig is in de les. Dat het affect goed afgebakend moet zijn.
P: M: Zowel het product als het materiaal moet afgestemd worden op de klasgroep.
T: De techniek hangt samen met het P en M, dus deze moet ook afgestemd worden op de klasgroep.
BA: Hoe meer BA, hoe moeilijker een opdracht wordt. Dus je gaat moeten rekening houden met het kunnen van de klasgroep.

Linken tussen het beeldmodel

Alles uit het beeldmodel hangt samen aan elkaar. Zo zal men pas het affect bekomen dat men wilt bekomen als de beeldaspecten hierop afgestemd zijn. Aangezien het toepassen van beeldaspecten gelinkt is met een materiaal, techniek en product, zullen deze dus ook een meerwaarde bieden bij het affect. Het affect en onderwerp zullen elkaar beïnvloeden.De manier van werken zal ook het onderwerp beïnvloeden. Zo zal men sneller een vrolijk landschap verkrijgen, als men gekleurde verf gebruikt (wat een beeldaspect is), en ga zo maar verder. 


Herwerking blogopdracht 1

Klas 2: 1e graad 1B, VTI, 9 jongens

O: De personages van de stad het platteland

A: Bombastisch

P: M: Klei

T: Holle opbouwtechniek

BA: Ruimte: 3D, gesloten vorm

Vorm: Ruw, vorm onjuistheid, uitvergroting …
Synthese: Door gebruik te maken van de verbeeldingskracht van de leerlingen worden de personages van de stad het platteland bombastisch en uitgewerkt tot een 3D-werk. Hiervoor gebruikt men klei en de holle opbouwtechniek. Aangezien het bombastisch wordt, zal er aandacht besteed worden aan de ruwheid, vorm onjuistheid, uitvergroting en de gesloten vorm.
Doel: Bombastisch portret van de personages in de stad het platteland, die we later in één grote kader plaatsen. 

Inspiratiebeelden:


Porem van Mokum. Geraadpleegd op 30 september 2012, op https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEiZzDbF4JKE1uTMYblXPx9k9pGMhg3a6YOtVyJxwSdGaALZVyGh0K3MLCTK9yc4jjKrUn8FRG9j9qF3DGgEvYK7TefzAV8IyJA95fheGyfIKWi_My1kfYHMB3UNQepmvKN5wE_OpTGlQyQp/s1600/model+blanche+klei+portretten+020.jpg


Portret klei, zonder sokkel 23 hoog. Geraadpleegd op 30 september 2012, op http://www.rustema.nl/rietje/Images/4.jpg

Hallo 040. Geraadpleegd op 30 september 2012 op, http://www.hallo040.nl/wp-content/uploads/2011/11/Sjefke.jpg

  
Porem van Mokum. Geraadpleegd op 30 september 2012, op http://poremvanmokum.blogspot.be/2011/05/clare-van-stolk.html
                                                         Mechelen - Kunst op het Groot Begijnhof. Geraadpleegd op 30 september 2012, op                                                                             http://www.flickr.com/photos/koinsky/540157274/


Kunstbeschouwing:
George Grard (1901 - 1984) – De kwartel (1944-1919)


 LAMBRECHTS, M. & EVERARTS DE VELP, V. (1995). De innerlijke stilte, de animistische tendens in de Belgische sculptuur rond 1940. Brussel: Piet Jaspaert, Kredietbank.

Auguste Rodin (1840-1917) – Head of Shade 


Art guide. Geraadpleegd op 24 oktober 2011, op http://www.artguidenw.com/RodinWords.htm.

Schets:


vrijdag 5 oktober 2012

Lesverwerking

Lesinhoud - beginsituatie:
1.      Wanneer je het onderwerp gekregen hebt, denk je eerst na over het affect.
2.      Je kan lesgeven over eenzelfde onderwerp in verschillende klassen. Maar je moet je opdracht wel aanpassen naar uw klasgroep. vb: veel meisjes => meer gericht naar de meisjes (als er een jongen inzit dan geef je hem een speciale opdracht mee; er wordt van het begin rekening gehouden met deze jongen, dus er wordt in de lesvoorbereiding in gegaan op zijn opdracht).
3.      Probeer zoveel mogelijk verschillende materialen te gebruiken in de lessen. Het is altijd leuker om met nieuwe materialen te werken.
4.      Let wel op dat de materialen die je integreert aangepast zijn aan uw klasgroep. De ene klasgroep zal goed met een breekmesje kunnen werken, de andere niet. Ook vraag je wie er al eens met het nieuwe materiaal gewerkt heeft. Dan kan je vragen of de persoon in kwestie de werking er van kan uitleggen aan de andere leerlingen.
5.      Ook hou je rekening met de veiligheid, motoriek en verscheidenheid van de klasgroep.
6.      Hoe meer beeldaspecten je in jouw les steekt, hoe "beter". Hoe meer het affect, dat je wilt bekomen, tot uiting zal gebracht worden in de werken. Maar hoe moeilijker de les wordt.
7.      Hou altijd rekening met de diversiteit in je klasgroep!
8.      Schrijf nooit in een lesvoorbereiding de naam van een persoon en de eventuele kwaal (vb. ADHD)dat deze persoon bezit. Als de kwaal geen invloed heeft op uw les, schrijf je deze gewoon niet op.
9.      Het is ook belangrijk de beginsituatie goed in te schatten. Wanneer je de beginsituatie goed ingeschat hebt, zal je les een stuk vlotter verlopen.
(Niet) vernieuwend:
1.      Ik vond het vernieuwend dat je elke les aan elke klasgroep kan geven, mits enkele aanpassingen die gericht zijn op die specifieke klasgroep.
2.      Het was zowel vernieuwend als logisch dat je met veel beeldaspecten in het werk te steken sneller jouw affect te gemoed komt.
3.      Het was niet vernieuwend dat je je materiaal moet aanpassen aan de klasgroep en je de veiligheid goed moet aankaarten.
Linken?
1.      Ik zie een link tussen PO en PK. In beiden vakken mag "alles" en moet niets.
2.      Zowel in de cursus VD als PW wordt er aandacht besteed aan de verscheidenheid van een klasgroep.
 
 

maandag 1 oktober 2012

De Ontkieming


De ontkieming 

Maaike Claus (Klas 1)Florentine Vanthomme  (Klas 2)Dawn Okkes (Klas 3)Bo Van de Walle (Klas 4)

 Klas 1: 1e graad 1A, moderne, klas van 23lln, 14 meisjes, 9 jongens
O: Stad rond personages uit een verhaal

A: Bedrukkend

P: M: Klei

     T: Volle opbouwtechniek

     BA: Vorm: textuur (grillige daken, gladde gevel,… ), geometrische vormen, gesloten vormen

            Ruimte: 3D, verhouding

 Synthese:

Er wordt een verhaal voorgelezen. Het verhaal gaat over verschillende personages, onder andere: een boer, bankier, pastoor, winkelier, politieagent(e),…  Deze personages wonen of werken allemaal in hetzelfde dorp.

Rond deze personages bouwen de leerlingen een stad in klei. Zo bouwen ze samen aan een 3D stad, ze letten daarbij op de verhouding en de vormjuistheid.

Als alles is uitgewerkt, dan worden de gebouwen samen geplaatst en zo wordt er dan een stad gecreëerd.


Doel:

De leerlingen kunnen door het luisteren naar een verhaal een gebouw (winkel, woonplaats, kantoor, kerk,…)  ontwerpen rond een personage dat veelvuldig voorkomt in het verhaal.





Klas 2: 1e graad 1B, VTI, 9 jongens

O: De personages van de stad

A: Bombastisch

P: M: Klei

T: Holle opbouwtechniek

BA: Ruimte: 3D, gesloten vorm

Vorm: Ruw, vormonjuistheid, uitvergroting …
Synthese: Door gebruik te maken van de verbeeldingskracht van de leerlingen worden de personages van de stad bombastisch en uitgewerkt tot een 3D-werk. Hiervoor gebruikt men klei en de holle opbouwtechniek. Aangezien het bombastisch wordt, zal er aandacht besteed worden aan de ruwheid, vormonjuistheid, uitvergroting en de gesloten vorm.

Doel: Bombastisch portret van de personages in de stad, die we later in één grote kader plaatsen. 

Inspiratiebeelden:


Porem van Mokum. Geraadpleegd op 30 september 2012, op https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEiZzDbF4JKE1uTMYblXPx9k9pGMhg3a6YOtVyJxwSdGaALZVyGh0K3MLCTK9yc4jjKrUn8FRG9j9qF3DGgEvYK7TefzAV8IyJA95fheGyfIKWi_My1kfYHMB3UNQepmvKN5wE_OpTGlQyQp/s1600/model+blanche+klei+portretten+020.jpg

Portret klei, zonder sokkel 23 hoog. Geraadpleegd op 30 september 2012, op http://www.rustema.nl/rietje/Images/4.jpg
Hallo 040. Geraadpleegd op 30 september 2012 op, http://www.hallo040.nl/wp-content/uploads/2011/11/Sjefke.jpg
  
Porem van Mokum. Geraadpleegd op 30 september 2012, op http://poremvanmokum.blogspot.be/2011/05/clare-van-stolk.html
                                                                   Mechelen - Kunst op het Groot Begijnhof. Geraadpleegd op 30 september 2012, op                                                                                          http://www.flickr.com/photos/koinsky/540157274/


Kunstbeschouwing:
George Grard (1901 - 1984) – De kwartel (1944-1919)

 LAMBRECHTS, M. & EVERARTS DE VELP, V. (1995). De innerlijke stilte, de animistische tendens in de Belgische sculptuur rond 1940. Brussel: Piet Jaspaert, Kredietbank.










Auguste Rodin (1840-1917) – Head of Shade  

Art guide. Geraadpleegd op 24 oktober 2011, op http://www.artguidenw.com/RodinWords.htm.

Schets:



Klas 3: 2e graad, 3de jaar, latijn-wiskunde, 20lln, 12 meisjes, 8 jongens

O: stadslegende in klei

A: grappig, eng

P: M: klei, spatels, miretten, kranten, ijzerdraad,..

T: Holle opbouwtechniek voor grote delen, aanhechtingstechnieken

Ba: vorm: organische vormen, open vorm.


Les:

“Het nieuws raakte pas nu bekend, maar vorige week heeft zich een zeer bizar incident afgespeeld in de Zoo van Antwerpen. Toen de leraar van een internaat uit de Kempen ‘s avonds bij de schoolbus appel blies, bleek er een jongen te ontbreken. Na een korte zoekactie werd de jongeman alsnog gevonden. Hij was totaal doorweekt. Vermits hij geen uitleg kon geven over die natte kledij, werd er geen verdere aandacht aan gegeven en reed de bus met bekwame spoed weg om de verloren tijd in te halen. Pas na de aankomst aan de school, toen de koffer van de bus werd leeggemaakt, werd de aandacht van de leraars getrokken door de kletsnatte rugzak van de vermiste jongen. Toen ze de zak openden, waren ze ontzet.”

Wat voor dier/wezen zat er in de rugzak van de jongen? Was het iets grappig of eerder iets eng?

De leerlingen laten hun fantasie werken. Vooraan in de klas kunnen de leerlingen inspiratie op doen. Op het bord hangen foto’s van kunst- en beeldbeschouwing maar ook nog andere stadslegendes. Als de leerlingen inspiratie op gedaan hebben, legt de leerkracht uit hoe ze aan het werk beginnen (holle opbouwtechniek, aanhechtingstechnieken) en hoe ze met ijzerdraad, spatels en miretten hun werkje vorm kunnen geven en uitwerken.  Daarna beginnen de leerlingen zelfstandig aan hun werkje.

(Stadslegende over gestolen pinguïn steekt de kop op)

Klas 4: 3de graag 5de jaar, haartooi, 16 meisjes en 1 jongen

O: stadslegende in klei

A: vervreemding

M: klei, handen, spatels, miretten, kranten, ijzerdraad,..

T: Holle opbouwtechniek ( boetseren met handen)

Ba:

vorm

organische vormen

open vorm

Fijne vorm (uitwerken van het haar)

ruimte

grootte/ klein contrast (bv. Grote ogen, korte armen op een lang lijf,…)

3D uitwerking


Doel:

De leerlingen zullen een stadslegende maken die bevreemdend is door de gekke kapsel die de leerlingen eraan zullen toevoegen. Het vreemde kapsel laten uitwerken is een link naar de richting waarin les wordt gegeven. Inspiratie wordt gegeven door haartooi te bespreken door de eeuwen heen.

De leerlingen maken een stadslegende in klei dat een vervreemde vorm heeft. De vervreemde vorm bekomen we door gebruik de maken van klei omdat we die in verschillende vormen kunnen kneden. De stadslegende maken gebeurd met de holle opbouw techniek. Het vervreemde bekomen de leerlingen door het haar verder uit te werken in vreemde vormen zoals je kan zien in het beeldmateriaal.